Locaties

Het locatiebeheer bepaalt de fysieke indeling van het magazijn in NextWMS. Je vindt het onder Stamdata → Locatiebeheer.

Locaties beheren

Via Stamdata → Locatiebeheer → Locaties beheer je alle locaties. Het overzicht toont de volgende kolommen:

KolomBeschrijving
LocatieUnieke locatiecode
ZoneZone waartoe de locatie behoort
GangIn welk gangpad de locatie zich bevindt
TypeSoort locatie (bijv. Bin, Dock — zie hieronder)
In StageDe in-stage locatie voor inruimprocessen
OutstageDe out-stage locatie voor uitruimprocessen
Lock StatusOf de locatie vergrendeld is (UnLocked of Locked)

Naamgeving

Een consistent naamgevingssysteem maakt locaties sneller te vinden. Een veelgebruikt formaat is bijvoorbeeld A-01-02-03 (Gangpad-Stelling-Niveau-Positie).

Grafisch locatiescherm

Via Stamdata → Locatiebeheer → Grafisch locatiescherm kun je een visuele weergave van je magazijnindeling bekijken.

Locatie zones

Via Stamdata → Locatiebeheer → Locatie zones beheer je de zones. Zones kun je gebruiken om locaties te groeperen. Je kunt zelf zones aanmaken naar behoefte. Voorbeelden van zones zijn:

  • Droog — Standaard opslagcondities
  • Gekoeld — Producten die koeling vereisen
  • Diepvries — Vriesopslag
  • Gevaarlijke stoffen — Speciale opslag met extra voorschriften

Met zones kun je artikelen automatisch naar de juiste opslaglocaties laten routeren.

Picklocaties

Via Stamdata → Locatiebeheer → Picklocaties beheer je de locaties die worden gebruikt voor orderverzameling.

Locatietypen

Elk locatietype heeft een specifieke functie in het magazijnproces:

TypeWaarvoor?
BinReguliere opslaglocatie in de stellingen
Receive DockOntvangstdock — hier komen goederen binnen
Ship DockVerzenddock — hier verlaten goederen het magazijn
StageTussenlocatie voor in- of uitruimprocessen
MarshallingLocatie voor het samenvoegen van pallets/containers
Lost&FoundLocatie voor voorraad die nergens anders toegewezen kan worden
SortSorteerlocatie voor het uitsorteren van gepickte artikelen

In-stage en Out-stage

Locaties kunnen een in-stage en/of out-stage hebben. Dit zijn tussenlocaties die worden gebruikt om goederen tijdelijk te plaatsen tijdens het in- of uitruimproces.

In-stage

Een in-stage is een tussenlocatie nabij de doellocatie. Wanneer een locatie een in-stage heeft, worden goederen eerst naar de in-stage gebracht voordat ze op de eindlocatie worden geplaatst. Dit is handig bij locaties die moeilijk direct bereikbaar zijn, bijvoorbeeld hoge stellingposities.

Out-stage

Een out-stage is een tussenlocatie voor uitgaande goederen. Wanneer voorraad van een locatie wordt gepickt of verplaatst, wordt het eerst naar de out-stage gebracht. Dit is nuttig wanneer goederen met een reachtruck of heftruck uit hoge posities moeten worden gehaald.

Wanneer stages gebruiken?

Stages zijn vooral nuttig in magazijnen met meerdere stellingniveaus. Ze maken het mogelijk om het transport naar hoge locaties te scheiden van het dagelijkse pickwerk op de vloer.

Checkstrings

Een checkstring is een extra barcode die op een fysieke locatie is aangebracht. Wanneer een locatie een checkstring heeft, moet je deze scannen om te bevestigen dat je daadwerkelijk op de juiste locatie staat.

Dit voorkomt fouten bij het inruimen, picken of verplaatsen van goederen — vooral in grote magazijnen waar locaties dicht bij elkaar liggen.

Hoe werkt het?

  1. Het systeem stuurt je naar een locatie (bijv. bij een inruim- of picktaak)
  2. Je scant de checkstring op de locatie
  3. Het systeem controleert of de gescande checkstring overeenkomt met de verwachte locatie
  4. Bij een match gaat de taak verder — bij een mismatch krijg je een foutmelding

Niet elke locatie heeft een checkstring

Checkstrings zijn optioneel. Of ze worden gebruikt hangt af van hoe je magazijn is ingericht. Wanneer een locatie geen checkstring heeft, wordt de locatiebevestiging overgeslagen.